zondag 3 juli 2011

Peru, maandag 3 juli 1995

Tegen de ochtend 5u30 bereiken we Tres Cruses (map). We bevinden ons nu op 4300m hoogte. Van hieruit hebben we een mooi uitzicht over het “Cloud-forest”. Even een woordje uitleg bij Cloud forest. Het Cloud forest of wolkenwoud begint op grote hoogten in de bergen en wordt langzaam vlakker tot aan de voet van het regenwoud zelf. De naam is afkomstig van het uitzicht. Net boven de toppen van de bomen hangen bijna altijd dichte wolken. Deze stijgen als het ware op uit het woud en vormen zo een mistige laag boven de bomen.
Rond 6u00 zal de zon opkomen boven het regenwoud. Er zijn maar 4 plaatsen op de wereld waar je dit kan waarnemen en op één van de plaatsen bevind ik mij nu. Het is wel niet helemaal klaar maar we krijgen toch een ongelooflijk schouwspel te zien. Zodra de eerste zonnestralen het dak van het regenwoud beschijnen worden de eerste vogels en dieren wakker. Een gedruis wekt mijn aandacht. De gids vertelt me dat dit een vogel is die de dauw uit zijn veren schud. Links hoor ik een vogel een merkwaardig gekrijs maken. Een fractie van een seconde wordt deze beantwoord door een zelfde vogel aan de andere kant van het woud. De geluiden worden zeer goed overgedragen door de lucht. Enkele minuten later lijkt het woud vol leven. De meeste dieren zijn uit hun slaap gewekt en laten van zich horen. Een zeer mooi schouwspel.
Na ons ontbijt verorberd te hebben vertrekken we verder met de bus. We dalen af naar de voet van het Cloudforest om uiteindelijk op 800m hoogte in Atalaya aan te komen. Van hieruit zullen we op de rivier (Alto Madro Dios) onze tocht verder zetten.
De tocht verloopt erg moeizaam. De wegen zijn heel slecht en glibberig van het vocht. De weg loopt verder vrij steil naar omlaag. Als je door het raampje van de bus kijkt zie je naast de weg regelmatig een diepe afgrond. Omstreeks 16u00 komen we aan in Atalaya. We maken van de gelegenheid even gebruik om af te dalen tot aan de rivier. Een verfrissend bad om het stof van mijn lijf weg te spoelen kan niet slecht zijn. In de bus waren op sommige plaatsen de ramen stuk zodat het opvliegend stof vrij in en uit kon waaien.In het water moet ik mij wel echter goed vast klampen aan de stenen, want het water stroomt hier zeer snel. Na mij een beetje verfrist te hebben stel ik mijn tentje op. We mogen onze tenten opzetten in op een klein grasveld vlakbij het dorp. Wat opvalt is dat het hier heel snel donker wordt. Als het om 18u00 begint te schemeren dan is het om 18u30 stikdonker. Er wordt ons nog wat eten aangeboden in een hut van een van de inwoners. We krijgen gebakken ei met rijst. We eten hier bij kaarslicht, elektriciteit is er niet in de jungle. Na het avondmaal (20u30) gaat iedereen naar zijn tent. Wanneer ik mijn tent nader lichten er allemaal kleine gele lichtjes op in het gras. Het zijn vuurvliegjes. Het zijn er duizenden. Ze reageren op het licht van mijn zaklantaarn.
Doodmoe kruip ik in mijn tent. Na ongeveer 69 uren zonder echte slaap is het eindelijk zo ver. Ik mag naar bed. Dat is lang geleden. Ik kan de slaap nochtans niet direct vatten. Er kriebelt iets in de buurt van mijn schaamstreek. Even met de zaklantaarn schijnen op de plaats van onheil. Verschrikt zie ik er een klein geel beestje kruipen. Ik knijp het tot moes tussen mijn vingers. Het heeft gelukkig niet gestoken. Waarschijnlijk komt dit beestje uit de rivier en is het tijdens het baden in de schaamharen verstrikt geraakt. Ik laat dit verpletterde ondier even bekijken door Tino (onze gids), maar deze stelt mij gerust dat het geen gevaarlijk diertje is. Het is (was) waarschijnlijk een klein rivierpolypje. Slaapwel, eindelijk...